Maak een, van oorsprong Japans, meditatief natuurgedicht: de haiku:
Een haiku bestaat uit 17 lettergrepen, die verdeeld zijn over 3 dichtregels:
Regel 1: vijf lettergrepen.
Regel 2: zeven lettergrepen.
Regel 3: vijf lettergrepen.
In maar drie regels, die in één ademtocht worden uitgesproken,
moet alles uiterst beknopt gezegd worden:
Meestal gaat het om een waarneming in de natuur en de stemming die dat
oproept.
Bedenk een woord uit de natuur: b.v. bloem, dier, landschap, seizoen.
Bedenk een tegenstelling die in dat woord is verenigd (b.v. een fluwelen
serial killer(=kat)).
Als voorbeeld:
Matsuo Bashô (1644-1694)
(vertaling uit het Japans)
eerste sneeuwvlokjes
het blad van een herfsttijloos
buigt haast onmerkbaar
Matsuo Bashô (1644-1694)
(vertaling uit het Japans)
scent of plum blossoms
on the misty mountain path
a big rising sun