Maak van het dichten een groepsgebeuren en een performance. Schrijf ieder
individueel een dichtregel en breng ze samen tot één gedicht,
door de regels voor te dragen.
Maak twee groepen van b.v. elk 10 personen.
Elke groep krijgt één rijmklank: bijvoorbeeld
Voor Duits: groep A: -ung (als in 'Erwartung') en groep B: -schaft
(als in 'Freundschaft') Klik hier voor
een Duits rijmwoordenboek.
Voor Engels: groep A: -ay (als in 'today'), -ee (als in 'see'). Klik hier voor
een Engels rijmwoordenboek.
Voor Frans: groep A: -ette (als in 'fillette), -tion (als in 'construction') Klik
hier voor een Frans rijmwoordenboek.
Elke persoon van groep A maakt bijvoorbeeld een eigen dichtregel die
eindigt op '-ay'.
Elke persoon van groep B maakt bijvoorbeeld een eigen dichtregel
die eindigt op '-ee'.
Bepaal van tevoren het ritme van de dichtregels: b.v. 12 lettergrepen,
of 5 woorden.
Als iedereen klaar is zijn er dus 20 dichtregels.
Nu begint het voordragen van het gedicht:
De leraar wijst willekeurig leerlingen aan.
De aangewezen leerling uit b.v groep A leest zijn regel voor, daarna
iemand uit groep B enz.
Zo krijg je een gedicht met het rijmschema abab. Je kunt ook twee
regels uit groep A laten voorlezen en daarna twee uit groep B: dan heb
je rijmschema aabb.
Het vaak hilarische effect is groot als het voorlezen van je zin vlot
volgt na de vorige.